Onze methodiek

Veiligheid → Verbinding → Stabilisatie → Ontwikkeling → Systeem → Doorstroom

De zes pijlers vormen samen de basis van onze begeleiding. Per kind kan de intensiteit of volgorde verschillen.

1

Veiligheid

Een vaste structuur, voorspelbare overgangsmomenten, duidelijke communicatie, grenzen, rustige inrichting en waar mogelijk vaste begeleiders.

2

Verbinding

De begeleider leert interesses, talenten, communicatiestijl, prikkelgevoeligheid, emoties en signalen van overbelasting kennen.

3

Stabilisatie

Werken aan rust, emotieregulatie, spanning herkennen, grenzen aangeven, veranderingen verdragen en overprikkeling verminderen.

4

Ontwikkeling

Individuele doelen op sociaal-emotioneel gebied, zelfstandigheid, communicatie, cognitie, motoriek en waar passend schoolse vaardigheden.

5

Systeem

Ouders/verzorgers als partner betrekken; met toestemming relevante afstemming met het netwerk rondom het kind.

6

Doorstroom

Vanaf de start kijken naar perspectief en waar mogelijk voorbereiden op een passende volgende plek binnen onderwijs of zorg.

Observeren als methodisch instrument

We kijken naar wat vóór, tijdens en na gedrag gebeurt. Dat helpt om patronen en mogelijke oorzaken te herkennen en interventies concreet aan te passen.

Doelen worden zo veel mogelijk observeerbaar geformuleerd. Niet “socialer worden”, maar bijvoorbeeld zelfstandig één keer contact opnemen met een ander kind tijdens een begeleide groepsactiviteit.

1 Signaleren
Wat zien we?
2 Begrijpen
Welke behoefte of functie kan erachter liggen?
3 Aanpassen
Wat veranderen we in omgeving, opdracht of begeleiding?
4 Evalueren
Wat is het effect en wat is de volgende stap?